Thema’s

3 kenmerkende begeleidingsmethode’s 

Thema’s

Onze kenmerkende begeleidingsmethode’s

In het Huis van leren gaat het over leren en het begeleiden van leerprocessen. Alles wat docenten doen om het leren zelf te begeleiden, en dat is best veel, heeft hier een plek. 

Dit is verdeeld in drie kenmerkende thema’s: leerbegeleiding, waarbinnen het gaat over de didactiek en de pedagogiek van het leren. Een vraag als: wat kan ik doen om leerlingen en studenten te betrekken bij hun eigen lerenproces past binnen dit thema. Ook het ontwikkelen van een visie op leren of het didactisch beter worden valt past bij leerbegeleiding: het begeleiden van het leren zelf.

Loopbaanbegeleiding is het tweede thema van het Huis van Leren en dit overstijgt als het ware het thema leerbegeleiding. In dit thema gaat het eigenlijk over de vraag ‘ wat kun ik, of wat kunnen wij, doen om de leerling of student te helpen bij het reflecteren op zijn leer-en werkervaringen. Of te wel het gaat hier om het begeleiden van het loopbaanleren van de lerende.

 

Het derde thema is de professionele identiteit: dit is een thema dat beide voorgaande thema;s overstijgt omdat hier de focus licht op de vraag: wie ben jij als docent? Docent zijn is bij uitstek een relationeel vak. Hoe doe jij dat? wat zet je van jezelf in en wat kom je van jezelf tegen? En hoe doe je dat?

Leerbegeleiding

Het begeleiden van leerprocessen 

Het begeleiden van het leren van iemand anders, als je er even over nadenkt: een behoorlijke verantwoordelijkheid. Want het leren is van de ander, niet van jou. En toch stuur je, instrueer je ondersteun je, help je en begeleidt je dat leren. Zodanig dat die ander (een student, een leerling of een collega) tot leren komt, dat er iets ontstaat dat er eerder niet was. Het doel van een begeleider van leren is: de ander ondersteunen en begeleiden bij zíjn leren.

Je moet als begeleider van leren kennis hebben van de inhoud van het leren én van het proces van leren. Én je moet kunnen aansluiten bij de ander. Aansluiten op zo’n manier die de ander helpt in het leren. Het belangrijkste dat een leerbegeleider moet kunnen is: waarnemen.

Loopbaanbegeleiding is het tweede thema van het Huis van Leren en dit overstijgt als het ware het thema leerbegeleiding. In dit thema gaat het eigenlijk over de vraag ‘ wat kun ik, of wat kunnen wij, doen om de leerling of student te helpen bij het reflecteren op zijn leer-en werkervaringen. Of te wel het gaat hier om het begeleiden van het loopbaanleren van de lerende.

 

Het derde thema is de professionele identiteit: dit is een thema dat beide voorgaande thema;s overstijgt omdat hier de focus licht op de vraag: wie ben jij als docent? Docent zijn is bij uitstek een relationeel vak. Hoe doe jij dat? wat zet je van jezelf in en wat kom je van jezelf tegen? En hoe doe je dat?

Professionele Identiteit

Het ontwikkelen van je persoonlijk zelfverstaan: wie ben ik als docent? 

Bovenstaand citaat van Hamacheck zegt eigenlijk alles over dit thema. Als leraar leer je je leerlingen vooral wie je bent. En als we dit citaat serieus nemen, wat betekent dat dan voor onze rol als docent? Enerzijds dat we het vak moeten verstaan; het vak van lesgeven en het vak waarin we lesgeven. Maar ook dat we ons zelf moeten verstaan. Wie ben ik? Hoe denk ik over lesgeven? En over leren? En hoe denk ik over mijn relatie met mijn leerlingen? 

Het gaat hier om het maken van je eigen verhaal: je zelfverhaal. 

 

Citaat uit Leraar met hart en ziel P. Palmer, 2005; blz. 54:  ‘Elke keer als ik een klas binnenloop, kan ik een plek in mezelf kiezen waaruit mijn lesgeven voortkomt, net zoals ik een plek in mijn leerlingen kan kiezen waarop dat lesgeven is gericht.’

Binnen dit thema worden verschillede mogelijkheden geboden om te werken aan je eigen zelfverhaal: een intensieve middag met collega’s rond de vraag ‘wie ben ik in leren’ of bijvoorbeeld het deelnemen aan een leergroep waarin je, samen met collega-docenten, een jaar lang je eigen plek in leren onderzoekt.

 

Loopbaanlering

Het begeleiden van loopbaanlering

Loopbaanbegeleiding (lob) is een meerwaarde in onderwijs. Lob is meer dan het bijhouden van studievoortgang en geeft én vraagt van studenten en leerlingen groei in zelfkennis en zelfreflectie: wie ben ik en wil ik zijn in het beroep? In de samenleving? Waar liggen mijn kansen en mijn kwaliteiten en hoe komt ik daar? En wie (of wat) kan mij helpen? En hoe kan ik anderen helpen? Wat heb ik in te brengen?

Dit zijn vragen waar LOB over gaat. En waar dus ook de begeleider een rol heeft. Hoe zorg jij er nu voor dat deze vragen ook gesteld gaan worden. Dat studenten en leerlingen er, op hun niveau, over gaan nadenken? En dat ze geholpen worden om, al tijdens de studie, actief bezig te zijn met loopbaanvragen.

Loopbaanbegeleiding verondersteld dat studenten en leerlingen rijker worden in zelfkennis zodat ze nu (en later) werk en leren blijvend in verbinding kunnen brengen met hun eigen persoon. Want werken en leren, leren en werken, het valt steeds meer samen.

Iemand die dat kan past in een levenlang leren.

Leren en werken vallen steeds meer samen. Het beeld van eerst leren op school en daarna werken voor dé baas is aan het kantelen. Sterker, voor de huidige generatie leerlingen en studenten is deze reeds gekanteld: leren en werken vallen samen. We werken tijdens het leren en we leren tijdens het werken. Dit is ook nodig want veranderingen gaan snel en de vaardigheden en kennis van nu zijn over een jaar (hopelijk) n